De afkomst van de kwets

De Kwets is een ondersoort van de pruimen. In tegenstelling tot de andere pruimen is ze minder rond, is puntiger aan het einde, vaker donkerblauw, een minder duidelijke naad en laat de steen zich minder gemakkelijk van het vruchtvlees verwijderen. Het vruchtvlees is gewoonlijk vaster en bevat meer zuren, waardoor het beter geschikt is voor verwerking in de keuken.

De afkomst van de kwets is nog een discussiepunt. Volgens Hildegard en Ilse Scholz in Hegi (1995) zou de kwets uit Zuid-Europa afkomstig zijn en het het product kan zijn van een kruising van Prunus divaricata (syn. P. cerasifera), de kerspruim, en P. cocomilia. De laatste wordt als een potentiŽle ouder aangewezen vanwege de wat groenige bloesem en omdat het vruchtvlees gemakkelijk loslaat van de steen, eigenschappen die ook de kwets kenmerken. P. cocomilia komt voor in bergen van het Middellandse zee gebied en vertoont in alle delen (groeiwijze van de struik, morfologie van het blad en de stenen) zoveel overeenkomst met de kerspruim .

Volgens anderen is dit onjuist. Vrijwel alle kwetsen en pruimen zijn hexaploid (n=8: 6x=48). De meeste kerspruimen zijn diploid (2n=16), evenals P. cocomilia is. Eventuele kruisingen tussen die twee zijn ook diploide P. divaricata. De kwets verschilt bovendien in alle delen (grote buikige vrucht, groot pruimachtig blad, platte grote steen) totaal van die soorten. Dat maakt in elk geval P. cocomilia als een potentiŽle stamouder wel heel onwaarschijnlijk.

Lange tijd is aangenomen dat pruimen uit kruising van de kerspruim en de tetraploide sleedoorn (P. spinosa) zijn ontstaan. Geen onlogische gedachte, sleedoorns en pruimen veel gemeenschappelijke kenmerken. Als bewijs van de nauwe verwantschap komen tussen de veelvormige sleedoorn en de verschillende vormen van P. insititia talrijke tussenvormen voor die een naadloze overgang tussen de soorten geven. Tussenvormen tussen kwets en P. cocomilia zijn echter niet bekend.

De Romeinen kenden de z.g. Damascener, die hun oorsprong in SyriŽ zouden hebben. Het verhaal is dat de naam een afgeleide is van Damaskus, een pruim uit Damascus, die door de Romeinen in Engeland zou zijn ingevoerd. De damson omvat echter een groep van vooral in Engeland verbreide rassen van Prunus insititia, met een typisch kwetsen aroma (de damson pie is er beroemd om!). Onder de damsons zijn enkele langwerpige kwetsachtige soorten. Roach (1985) denkt dat de damson en daarmee de kwets door selectie uit endogene insititia-vormen is voortgekomen. Archeologische vondsten bewijzen dat verschillende insititia-rassen al voor de Romeinse overheersing in Europa voorkwamen als bestanddeel van de inheemse flora of verspreid door de mens.

Hoe dit zij, de kwets was een van de zeer oude soorten in het sortiment fruit dat de Romeinen kenden.