Japanse pruimen

 

De meeste in Nederland geteelde rassen behoren  tot Prunus domestica. Japanse pruimen behoren tot een andere groep. Deze worden tot de soort Prunus salicina (vroeger syn. Prunus triflora) gerekend. Vroeger werden ze ook wel Perzikpruimen genoemd.

De vruchten van de Japanse pruimen vallen op door de meestal grote ronde tot hartvormige vruchten met een geel tot rood gekleurde zachte vettige schil. Stevig zoet vruchtvlees. De bomen zijn kleiner en hebben langwerpig bladeren. Over het algemeen zijn ze wat flauwer dan de Europese.

Japanse pruimen kunnen in Nederland buiten worden geteeld, maar ze bloeien vroeger dan de Europese cultuurpruim en lopen daarom meer risico op schade door nachtvorst. In het verleden werden in Nederland wel Japanse pruimen onder glas geteeld. Deze teelt is inmiddels vrijwel verdwenen. Japanse pruimen verschijnen nog wel regelmatig in de Nederlandse winkels, omdat deze in het buitenland (bijvoorbeeld CaliforniŽ) veel worden geteeld en vervolgens worden geŽxporteerd.

Er zijn een ongeveer 200 rassen in de Westerse wereld in omloop - of in omloop geweest. Hieronder volgt een korte beschrijving van rassen die ooit in Nederland zijn aangeplant. Van enkele, die in de Nedrlandstalige literatuur worden genoemd, heb ik te weinig gegevens gevonden, met name Ape (middelgrote vroege pruim, geel met roze), Gold, Great Yellow (middelgrote, rond-ovale gele vrucht), Honeymoon, Indian Blood (grote lange grijsrode vrucht, laat). De andere volgen hieronder.

 

Abundance  syn  Botan

Door Luther Burbank in 1884 geÔmporteerd uit Japan. Mogelijk een kruising van Pruim en abrikoos (Plumcot) De naam Botan verwijst overigens naar een groep pruimen. Middelgrote tot zeer grote vrucht, rond ovale vrucht, iets afgeplat van boven en wat gepunt van onderen. Ondiepe dunne naad en stevige steel. Gele grondkleur maar grotendeels bedekt met een amberkleurige tot donker kersenrode vlekken en blos en veel stipjes. Mooi dun bedauwd. De dunne bittere schil laat zich gemakkelijk verwijderen. De steen zit vast. Oranjegeel, zeer fijn, smeltend sappig vruchtvlees, zoet (behalve bij de pit) en een tikketje rins, zeer aromatisch en met een prima smaak. Zo sappig dat de vrucht nauwelijks te transporteren is.

Sterke gezonde groeier met open kroon, die rijk draagt (vandaar de naam Abundance) en geen eisen stelt aan de grond. Last van monilia.

Door zeer vroege bloei zeer nachtvorstgevoelig, daarom kaspruim. De vruchten rijpen ongelijk, door plukken is nodig. De pruim kan het beste in harde toestand geplukt worden en binnen enkel dagen narijpen.

Begin juli in de kas. Half augustus in de volle grond.

Goede dessert en matige keukenpruim.

Apple

Grote tot zeer grote ronde Japanse pruim, iets hartvormig, dofrood op gele ondergrond. De brede naad verdeeld de vrucht in ongelijke helften.Korte dunne steel. Rood vruchtvlees. , Ronde pit. .

 

Begin augustus.

Beauty

Japanse pruim, gekweekt door Luther Burbank. CaliforniŽ.  

Vrij kleine tot middelgrote hartvormige vrucht. Helderrood tot donkerrood en paars-rood met stippen. Geelgroen tot amberkleurig met stippels, rood gestreept vruchtvlees, stevig en sappig met een perenaroma. Dunne schil. De steen laat niet goed los. Werd vroege in kassen als bestuiver voor o.a. de Golden Japan aangeplant. Sterke vervangingssnoei nodig. Brosse twijgen. Vooral als er weinig gedund wordt valt de smaak en de grootte tegen. Groeit snel, vroeg vruchtbaar en draagt regelmatig en overvloedig. Vraagt veel warmte, daarom meer geschikt voor koude kas dan in de volle grond. De boom draagt op ťťnjarig hout, dat erg bros is en makkelijk breekt. Zelfbestuivend.

De allereerst rijpende Japanse pruim. Begin juli in de kas, eerste helft augustus in de volle grond. De rijping strekt zich uit over enkele weken.

Uitstekende dessertpruim.

Burbank

In 1883 door Luther Burbak gewonnen uit de pit van een Japanse pruim. Lijkt veel op Abundance, maar is iets vroeger en minder productief. Grote, rond-ovale vrucht, iets hartvormig. Donkerrood op een gele ondergrond. Vlekkerig met veel roestige stippen. Dik bedauwd. . Forse steel in ene diepe holte. Brede ondiepe naad, die de vrucht in vrijwel gelijke holte verdeelt. Donker geel, sappig, fijn zoet en aromatisch vruchtvlees. De steen laat neit goed los. De vruchten kunnen het beste vlak voor de rijpheid geplukt worden.

Juli

De takken van de boom breken gemakkelijk.

Ook de Japanse pruim Giant wordt soms Burbak genoemd.

Burgundy

Nogal kleine bloedpruim met donkere kersenrode tot bruinrode schil en licht bruinrood vruchtvlees. Zelfbestuiver.

Steile boom die rijk draagt.

Juli.

Burmosa

Kaspruim. Gewonnen in de Universiteit van CaliforniŽ en geÔntroduceerd in 1952.

Grote hartvormige groene tot geelgroene vrucht met zeer fijn sappig vruchtvlees. Burmosa betekent "zeer vroege bloeier", dus nachtvorstgevoelig.

juli

Dessert.

 

 

Climax
 

Kruising van de Japanse pruim Botan en Prunus Simonii gewonnen door Luther Burbank. Grote, dieprode, hartvormig gepunt vruchten met geel vruchtvlees. Sappig, zoet en aromatisch. De vruchten barsten gemakkelijk. Zelfbestuivend. Sterk groeiende opgaande groeier, die op den duur een brede boom vormt. Eind juli in de kas, half augustus in de volle grond.

Elephant Heart

Grote hartvormige vrucht.  Donker paars met rood vruchtvlees. Sappig en zeer aromatisch. Dikke schil. De steen zit los. Ziektegevoelig in natte periodes.

September

Emperor of Japan

Oude Japanse pruim, vanuit Boskoop in de 19e eeuw verspreid.

Grote, enigszins eivormig, aan beide zijden wat  stomp afgerond. Ondiepe naad deelt de vrucht ongelijk. ;

Lange, dunne steel, lichtgroen met lichtbruin, wat roestig en wollig, in een nauwe en ondiepe holte, vaak op de vrucht geplaatst. De steen is bijna los.

Zeer fraai, met een dun, witblauw waas bedekt; de huid is zeer dun en teder.

Lichtgeel met rozerode aders onder de huid, zacht, saprijk; weinig aroma.

Matig groeiende boom, die rijk draagt. Vanwege haar gevoeligheid als lei- of kaspruim aan te bevelen

Begin augustus.

Dessert.

Formosa

Santa Rosa, CaliforniŽ rond 1920. Grote tot zeer ovaalronde, tikkeltje hartvormig, vrucht met een brede diepe naad. Geel met oranje-rode blos, verkleurend naar helder rood met dun dauw.  Bleek, stevig vruchtvlees, rins-zoet en zeer smakelijk, maar matig sterk, abrikoosachtig aroma. De steen laat niet helemaal los.

Sterke maar weinig fraaie boom, steil met weinig takken.  Als de groei niet te sterk is, is de opbrengst hoog. Vruchtzetting valt vaak tegen en vraagt daarom een goede bestuiver. Matig productief.

Eind juli in de kas, Half augustus in de buitenteelt.

Dessert.

Fortune syn. Friar

Grote hatvromige vrucht, zeer donkere, bijna zwarte zure schil. Licht amberkleurig vruchtvlees. Zoet van smaak bij volledige rijpheid, onrijp nogal flauw. De kleine steen zit los.

Rijk en regelmatige dragende boom.

juli

Gaviota

Japanse pruim genoemd in een handleiding van A.S. Plantinga voor het algemeen tuinbouwonderwijs uit de veertigerjaren. Gewonnen door Luther Burbank. GeÔntroduceerd in 1907.

Zeer grote hoogronde vrucht, tikkeltje hartvormig met een flauwe maar goed zichtbare naad. Groen tot donkergeel met donkere,  kersenrode blos, soms geheel donker. Geel, stevig, matig sappig en met een kenmerkend aromatisch vruchtvlees. De kleine steen laat niet helemaal los. Bloeit laat dus minder nachtvorstgevoelig. Zelfbestuiver.

De boom groeit goed en rijk draagt.

Augustus.

Dessert

Giant syn. Burbanks Giant Prune, Falso Italiaanse Kwets, Rode Burbank, Rode Kwets, Zoete Kwets

In 1883 by Luther Burbank uit Santa Rosa, CaliforniŽ gewonnen uit een pit, die hij uit Japan had ontvangen. Hij noemde in 1895 deze Burbank Giant.

Groot tot middelgroot, breed ovaal tot iets hartvormig, soms wat bobbelig en een vage brede naad. Helder rood gemarmerd op gele ondergrond via bloedrood tot donkerrood met grijze stippen en dun paars bedauwd. Effen, tamelijk dunnen schil, die gemakkelijk los laat. Geelgroen tot geel vruchtvlees, knappend, matig fijn, wat draderig, sappig, zoet en aromatisch. De steen zit aan een zijde iets vast. De vruchten blijven aan de steel vast zitten. Steen zit aan een zijde vast

Matig groeiende lage brede boom met een dichte kroon van steile, zware en later hangende takken. Draagt al snel, en heeft daarna regelmatige maar zelden grote opbrengsten. Gedeeltelijk zelf bestuivend. Stelt minder eisen aan bodem en standplaats dan de andere Japanse pruimen. Vruchten moeten om groot te worden flink gedund worden, ook om beurtjaren en monilia tegen te gaan. Verder zeer gezond. Bloeit laat, dus minder nachtvorstgevoelig. Vraagt een sterke onderstam,

De vruchten rijpen ongelijk vanaf midden augustus. Ze kunnen enige weken bewaard worden.

Goede dessertpruim, maar nog beter als keukenpruim

Golden Japan

In 1889 gewonnen door Luther Burbank. Grote ronde vrucht, enigszins hartvormig. Duidelijke naad. De schil is licht bedauwd en iets vettig. Licht kanariegeel tot goudgele met korte steel in brede ondiepe holte. Geel vruchtvlees, fijn, wat draderig, stevig, zeer sappig en fris zoet. Soms wat flauw.

Sterk groeiende, gezonde maar weinig fraaie boom, die wisselvallig draagt.

Juli (in de kas).

Lijkt sprekend op Shiro.

Dessert

Hollywood syn. Trailblazer (ten onrechte)

Kruising  van ' Prunus Pissardii' met een eetbare Japanse pruim, waarschijnlijk 'Duarte'. GeÔntroduceerd in 1936 door L.L. Brooks uit  Modesto, CaliforniŽ. Mogelijk een paarsbladige cultivar van Luther Burbank onder een andere naam. (Hij heeft er minstens vijf geÔntroduceerd).  Vaak wordt Hollywood ten onrechte als Trailblazer verkocht. Dit is een andere hoewel boom en bladeren hetzelfde zijn. Grote donkerrode langwerpige vruchten, zie zien er uit als reuzenkersen, wat gepunt van onderen. Lijkt veel op Satsuma. Smakelijk rood vruchtvlees.

Eind juli, Begin augustus.

Dessert en keuken.

Howards Miracle syn Howard Wonder

Gewonnen door Frederick Howard uit Montebello, ten oosten van Los Angelos en geÔntroduceerd in 1947.

Werd ďmogelijk de grootste, mooiste en bests makend pruimĒ genoemd in publicaties over kaspruimen uit de zestigerjaren. Zeer grote ronde gele vrucht met rode blos. Amberkleurig, stevig en sappig fijn vruchtvlees met kenmerkend aroma. De steen zit los. De vruchtzetting en daarmee de opbrengst is problematisch. Vraagt veel warmt, beter geschikt voor koude kas.  

Eind augustus.

June Blood syn. Kaapse Pruim

Bloedpruim. Hartvormige vrucht met korte dunne steel. Donkerrood tot paarsrood op groene ondergrond. Licht donzig meten met grijze stippen bezaaid. Dunne harde schil met bittere smaak. Vage naad. Bloedrood vruchtvlees en sap; zacht, zoet en sappig. De smaak is vaak wat flauw. De steen zit vast. De steen kleeft wat aan het vruchtvlees, maar is gemakkelijk los  te maken.

Middelsterke gezonde boom, wat steile groeier, die sterk vertakt, en door de nachtvorstgevoeligheid zeer onregelmatig draagt.

Geschikt voor liefhebbers. Ook geschikt voor kasteelt.

Sterke groeier.

In de kas begin tot half juli.

Kelsey

Door mr. Hough te Vaccaville, Califormie, in 1870 uit Japan gehaald en door Kweker Kelsey in 1876 geÔntroduceerd. Grote tot zeer grote rond-hartvormige vrucht met een kleine pit. De pruimen kunnen meer dan een ons wegen. Dunne schil, verkleurend van groen tot groen gemarmerd op dof geel, met een paarsrode blos en een lichte waas. Diepe brede naad. Helder geel vlezig vruchtvlees, stevig en zeer sappig, zoet met weinig zuren. De pit ligt los als de vrucht rijp is. De vrucht moet zo lang mogelijke aan de boom blijven hangen om goed zoet te worden. Groen geplukt kunnen ze nog weken in de koelkast bewaard worden, waarbij ze narijpen.

Middelgrote nogal steile boom met grijze bast, die rijk draagt.

Gezond, wel wat last van monilia. Alleen als kaspruim te telen. De stevige vruchten kunnen goed vervoerd worden en enige weken bewaard.

Eind augustus, begin september.

Dessert.

Methley

Japanse pruim, ontwikkeld in USA..

Kleine tot middelgrote vrucht, roodpaars met matig dik lichtblauw dauw. Bittere schil.  Rood, zacht vruchtvlees, zeer sappig en zoet met een goed en kenmerkend mild aroma. De steen zit vast.

Sterke steile groeier, die rijk draagt. Gezonde boom, die geen eisen aan de bodem stelt, verdraagt droogteperiodes en voldoet in onze koelere klimaat. Zelfbestuivend. De vruchten rijpen ongelijk, dus doorplukken is nodig. Door de vroege bloei nachtvorstgevoelig.

Eerste helft augustus.

Dessert en keuken.

Red Ace

Een bloedpruim van Luther Burbank. Middelgrote tot grote hartvormige vrucht. Rood tot grijspaars op groen-gele grondkleur. Geel, zeer zoet en aromatisch vruchtvlees. De steen laat niet helemaal los. Tamelijk kleine productieve boom. Last van vroege val. 

Eind juli in de kans, midden augustus in de volle grond.

Red June

Japanse pruim genaamd Shiro Momo, geimporteerd in 1887 door de kwekerij Stark Brothers te Louisiana, Minnesota  Kas

Ovaalronde vrucht, uitgesproken hartvormig en dof granaatrood gekleurd met dun dauw. De dunne fijne schil laat zich gemakkelijk verwijderen. Lichtgeel, nogal droog, zoet, aromatisch vruchtvlees. Smaak valt tegen. De steen zit heel vast.

Sterke en zeer rijk dragende groeier, die echter veel eisen aan grond en standplaats stelt en zeer gevoelig voor late nachtvorsten is. Daarom alleen geschikt voor als kaspruim. Geen last van monilia.

Eind juni, begin juli. Varieert nogal in rijptijd en de vruchten kunnen lang aan de boom blijven hagen.

Dessert maar beter als keukenpruim.

Reine Claude Sanguine de Wismes

Belgische bloedpruim, die niet tot de reine Claude groep maar tot de Japanse pruimen behoort.

Hartvormig roze-paarse bloedpruim.

Matig groeiende, gezonde boom met brede kroon. Vroege bloei dus nachtvorstgevoelig.

Eind juli.

Dessert

Santa Rosa

Japanse pruim rond 1907 gewonnen door Luther Burbak en vernoemd naar zijn woonplaats in CaliforniŽ. Middelgrote tot zeer grote vrucht. Iets hartvormig. Roodpaars tot donkerpaars met lichte vlekjes.. Geel met roze vruchtvlees, dat wat rood kleurt bij de steen. Steen zit vast. Stevig, zoet en sappig aromatisch vruchtvlees. Bij de pit wat bitter.

De boom groeit goed en draagt rijk. Zelfbestuivend Door de vroege bloei erg nachtvorstgevoelig. Beter geschikt als kaspruim.

Half augustus.

Dessert.

Satsuma syn. Blood Plum

Door Luther Burbak gewonnen uit in 1883 naar hem gestuurde pitten uit Japan en door hem in 1889 geintroduceerd . Middelgrote tot grote wat scheve vrucht, ovaalrond met een duidelijke naad. Donkerrood met donkere tot bijna zwarte vlekken en strepen. De dunne korte steel staat in een diepe smalle steelholte. Donkerpaars vruchtvlees, rood bij de pit, los bij de schil en stevig bij de pit, zeer sappig, zoet en aromatisch. De kleine pit blijft iets vast zitten.

Tamelijk grote, steile groeiende boom die rijk draagt. De vruchten barsten in regenperiodes en zijn dan moniliagevoelig. Deels zelfbestuivend.

Augustus.

Dessert en keuken.

Shiro syn. Klondyke

Golden Japan is vergelijkbaar met de Shiro, maar draagt iets vroeger. Japanse pruim, door Luther Burbank, CaliforniŽ,  in 1899 gewonnen.

Middelgrote tot grote egaal hoogronde pruim, en fraai diep geel van kleur met een roze blos. Haast doorschijnend geel vruchtvlees, Stevig, erg sappig, matig zoet, met weinig aroma. De smaak is goed, maar flauw als er niet wordt gedund. Wat zuur rondom de stam en vlak onder de schil. Sappig en dorstlessend. De steen zit niet los.

Sterke groeiende brede en gezonde boom, die niet ouder wordt dan een jaar of vijftien en goed en regelmatig draagt, ook op meerjarig hout. Matig dunnen. Rijpe vruchten scheuren soms bij veel regen. Vraagt veel zon en warmte. Bij ons alleen geschikt als kaspruim. Moet flink gedund worden. Heeft goede bestuivers nodig. 

Lijkt spreken op Golden Japan.

Begin juli onder glas.  

Begin augustus.

Starking Delicious

Grote bloedpruim, donkerrood met dieprood, vast,  rins en aromatisch vruchtvlees. De steen zit vast.

Kleine, zeer gezonde en regelmatig dragende, productieve boom, die ook voldoet in een koel klimaat. Door dunnen krijgt men zeer grote vruchten.

Midden augustus. Dessertpruim.

 

Strival syn. Delbarazur

Behoort tot de Japanse pruimen, Prunus salicina

GeÔntroduceerd door het Franse kwekershuis Delbard als Prune Delbarazurģstrival.

Grote ronde pruim, aan beide zijden iets afgeplat. Donkerrood tot roodpaars met heldere lichte stippen en een blauw waas. Stevig zoet vruchtvlees. Heeft een bestuiver nodig. Middelgrote boom. Zeer productief. Rijpt eerste helft september.

 

 

Superior

Japans- Amerikaanse kruising uit 1933: Prunus salicina Burbank x Kaga (P. americana x P. simonii)] University of  Minnesota,

Middelgrote tot grote donkerrode vrucht met roestvlekjes, dicht bedauwd.. Geel, stevig, sappig en zoet vruchtvlees. Wat zurig vlak onder de schil. De steen zit vast. Middelgrote, productieve boom, die snel draagt. Niet zelf bestuivend. Beter bestand tegen vorst dan veel andere Japanse pruimen. Zeer gezond. Verdraagt droogteperiodes. Eind augustus Ė september.

 

Trailblazer

Gewonnen in 1947 door Mrs M.M. Smith in Portland, Oregon, USA. Kruising van Shiro en Prunus cerasifera var. Atropurpurea. Zeer sappige en aromatische vrucht. Tweede helft augustus. Dessertpruim

Ura Beni

 

Ura Beni is Japans en betekent "rode achterzijde".

Grote langwerpige pruim. Helderrood met donkerrode blos. Rood fijn vruchtvlees, wat zuur. De steen zit vast.

Eind juli Ė begin augustus.

Dessert.